Als je voor een dubbeltje geboren bent…

Published on 7 March 2023 at 12:19

Hoe komt het dat armoede en gezondheidsverschillen vaak ‘door worden gegeven’ van generatie op generatie? We vroegen het aan de mensen die daar zelf ervaring mee hebben. In een bijeenkomst in een buurthuis in Maastricht, waar we samen komen met onze adviesgroep met mensen die van weinig geld moeten rondkomen.

 

Opleidingsniveau wordt een belangrijke factor genoemd die ervoor zorgt dat kinderen die opgroeien in armoede niet beter terechtkomen dan hun ouders. Het valt de adviesgroepleden op dat kinderen uit arme gezinnen een lager schooladvies krijgen dan je op basis van de eindtoets zou verwachten. Dit blijkt ook uit onderzoek. “Je moet heel mondig zijn als ouder, als je kind een te laag schooladvies krijgt,” geeft een adviesgroeplid aan. En als je dat niet bent, krijg je niet voor elkaar dat je kind toch naar het hogere schoolniveau kan gaan. Meerdere adviesgroepleden hebben kinderen die naar het speciaal onderwijs gaan. Ze vragen zich af of dit ook zo was geweest als ze uit een rijker gezin waren gekomen.

 

Het beeld van de adviesgroepleden is dat rijkere kinderen continu bijgespijkerd worden met extra bijlessen of hulp van de ouders. Bijlessen kan je natuurlijk niet betalen als je al elk dubbeltje moet omdraaien om iedere dag eten op tafel te kunnen krijgen. En zelf je kind helpen met schoolwerk, is ook niet voor iedereen weggelegd. “Ik voelde me gewoon dom,” verzucht een adviesgroeplid die haar kind probeerde te helpen met rekenen. Niet omdat ze niet wist hoe ze een staartdeling moest doen, maar omdat haar kind een andere methode aangeleerd kreeg op school. Na het kijken van heel veel YouTube-filmpjes lukte het haar uiteindelijk om het eerst zelf te begrijpen en daarna aan haar kind uit te leggen. Maar niet iedereen kan dat of heeft daar tijd voor.

 

Naast opleiding speelt ook geld een grote rol. “Geld hebben geeft gewoon veel opties,” aldus een adviesgroeplid. Iedereen knikt. Als je veel geld hebt, dan kan je je kind een ton schenken zodat deze een huis kan kopen in een goede wijk. Zonder zo’n schenking, moeten ze in een arme wijk blijven wonen en komen ze nooit verder. Als je geld hebt, kan je sparen voor je kind en kan je je kind ook bijbrengen hoe belangrijk het is om zelf te sparen voor later.

 

De wens om het beste voor je kind te willen, is zo groot dat een jonge vader begint te huilen tijdens ons gesprek. Hij probeert onder woorden te brengen hoe lastig het is om met verschillende chronische ziekten en met weinig leefgeld te zorgen dat je kind niks tekort komt. Hij kan zijn kind niet alles geven wat hij zou willen. “Maar het klinkt wel alsof je echt je best doet,” probeert een ander adviesgroeplid hem gerust te stellen. “En uiteindelijk is het belangrijkste dat je liefde en aandacht geeft,” vult een ander aan.

 

Op de vraag hoe intergenerationele patronen doorbroken kunnen worden, wordt een goede opvoeding genoemd: kinderen stimuleren om hun huiswerk te doen, hen leren hoe ze goed met geld om moeten gaan, wat wel en niet gezond is, en dat ze niet altijd kunnen krijgen wat ze willen. Enkele adviesgroepleden geven aan dat ze zelf graag kinderen uit andere arme gezinnen zouden willen helpen. Bijvoorbeeld door gratis of tegen een kleine vergoeding bijles te geven, maar “de regels houden je tegen”. Vaak moet je namelijk een opleiding gedaan hebben om bijles te mogen geven. De eindconclusie blijft daardoor dat als je voor een dubbeltje geboren bent, het wel heel lastig is om een kwartje te worden. Daarvoor werkt het onderwijssysteem en onze maatschappij te veel tegen.

 

Blog door Gera Nagelhout
(deze blog verscheen ook op adviesgroepmaastricht.wordpress.com)