Het is lang geleden dat Latifa en ik een beetje zenuwachtig waren voor een bijeenkomst met onze burgeradviesgroep. We doen dit nu al bijna vijf jaar en de bijeenkomsten verlopen eigenlijk altijd prettig. Maar vandaag wacht ons iets spannends. Een wethouder (armoede en gezondheid) en een senior beleidsmaker van de gemeente Maastricht komen op bezoek. Als je ons een beetje kent, dan weet je dat dát niet iets is waar we normaal gesproken zenuwachtig van worden. Waarom dan nu wel? Laat ik bij het begin beginnen.
Het begon bij een terechte opmerking van een van onze adviesgroepleden. ‘Voorheen kwamen er ook nog wel eens sprekers langs waar wij iets aan wilden vragen, maar nu krijgen we steeds alleen onderzoekers langs die vragen aan ons willen stellen.’ Oeps, inderdaad. Het werd weer eens tijd om te inventariseren wie de burgeradviesgroepleden graag willen spreken of vragen aan willen stellen. En zo kwam de groep op het idee om de wethouder uit te nodigen. De wethouder was meteen enthousiast en we vroegen de groep om zijn komst goed voor te bereiden. ‘Laat ons weten welke vragen jullie hebben aan de wethouder,’ gaven we aan in onze WhatsApp-groep.
Eerst druppelen de vragen één voor één binnen, maar na een tijdje begint het te stromen. Er zitten weinig neutrale vragen tussen. De leden van onze burgeradviesgroep zijn keer op keer teleurgesteld, gediscrimineerd en onrechtvaardig behandeld door de gemeente en andere instanties en vragen zich wanhopig af waarom dit toch elke keer blijft gebeuren. De terechte boosheid en frustratie klinkt door in bijna elke vraag.
De wethouder en beleidsmaker laten vooraf weten dat ze graag ook eigen vragen willen voorleggen. In theorie is dat mooi, want daarmee kan de stem en ervaring van onze burgeradviesgroepleden meegenomen worden in het beleid. Maar het geeft in de groep ook meteen discussies over hoeveel tijd er ‘voor ons’ moet zijn en hoeveel tijd ‘voor hen’. De theoretische win-win gedachte lijkt voorafgaand aan de bijeenkomst ver te zoeken.
Waarschijnlijk schoof iedereen tijdens deze bijeenkomst dus met een beetje meer spanning dan normaal aan tafel. Maar die blijkt uiteindelijk nergens voor nodig. Hoewel natuurlijk niet alle antwoorden van de wethouder en beleidsmaker bevredigend zijn, reageren ze empathisch en geïnteresseerd. En ze schrijven mee als ze dingen horen die voor hen nieuw en belangrijk zijn. Ze leggen uit hoe regelingen op papier bedoeld zijn, maar dat ze soms helaas oneerlijk uitpakken in de praktijk. De adviesgroepleden stellen niet alleen hun vragen, maar weten ook goed over te brengen wat voor gevoelens en gevolgen dit soort oneerlijke behandelingen met zich meebrengen. Het onderlinge begrip begint een beetje te groeien.
De eigen vragen van de wethouder en beleidsmaker brengen ze in de vorm van stellingen en gaan over schuldhulp. Vlak voor de bijeenkomst schiet nog door m’n hoofd of het wel zo handig is om ‘prikkelende stellingen’ mee te nemen over een onderwerp dat voor de mensen in de groep zulke verstrekkende gevolgen op hun leven heeft (gehad). De wethouder had waarschijnlijk dezelfde gedachte, want herformuleert de eerste stelling behendig in een open vraag in plaats van een stelling waar de hele groep het waarschijnlijk mee oneens is. De senior beleidsmaker gooit wel een van de prikkelende stellingen in de groep. Gelukkig is het onderlinge begrip inmiddels al genoeg op peil om over de stelling te lachen en vervolgens op serieuzere toon uit te leggen hoe de vork daadwerkelijk in de steel zit.
De wethouder en beleidsmaker noemen de bijeenkomst prettig en inzichtgevend. De adviesgroepleden vonden het hoopvol en voor herhaling vatbaar, hoewel natuurlijk niet alle frustraties over oneerlijke behandelingen zijn weggenomen. Bij Latifa en mij overheerst een gevoel van trots op onze burgeradviesgroepleden. Het is ons met elkaar weer gelukt om hun perspectief te laten landen op een plek waar we verschil kunnen maken.
Blog door Gera Nagelhout
(deze blog verscheen ook op adviesgroepmaastricht.wordpress.com)
Add comment
Comments